Voor bomen met een sterke groei wordt aanbevolen om een losse kroon te vormen. Eén verdieping wordt gevormd gedurende het jaar, bestaande uit 1 …3 takken. De afstand tussen de verdiepingen moet ca. 50 cm. Hiervoor wordt in de jaren van kroonvorming de geleider in hoogte getrimd 60 cm boven de bovenste scheut van de benedenverdieping. De scheuten die in de juiste hoek groeien en de lagere niet in de schaduw stellen, worden altijd op de tweede verdieping achtergelaten. De resterende scheuten moeten worden gesneden in de zogenaamde. trouwring, d.w.z.. direct achter de verdikking aan de wortel van de scheut. Sterker snoeien in de eerste levensjaren van de boom (vergeleken met een bijna natuurlijke kroon) het is de oorzaak dat de bomen later de vruchtperiode ingaan. Bij perenbomen wordt een losbladige kroon gevormd, appelbomen, pruimen en abrikozen.




