Plaats, waarop direct of indirect bijenkorven of andere soorten kamers met bijen kunnen worden geplaatst en de zgn. achterstand van de bijenstal – grond, waarop, op wisselende dagen, er een hoge verzadiging van het luchtruim is met bijen die vertrekken uit en terugkeren naar de kasten – het heet bijenstal. Vanwege de grote kans op lust voor mens en dier dient de bijentuin afgescheiden te worden van algemeen toegankelijke ruimtes. Het wordt geaccepteerd, dat de bijenstand op een afstand van minimaal 10 m van onverharde wegen en 20 m od dróg bardziej ruchliwych. Als het niet mogelijk is om een dergelijke afstand te bewaren of als er tuinen in de directe omgeving van de bijenstal zijn, binnenplaatsen, circulaires, dierenboerderijen – u dient de bijenstal af te sluiten met een schutting of een haag van ca. 2 M. Het is ook raadzaam om een WA- en dierenaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten tegen bijen.
In de bijentuin worden kasten met bijen meestal op stands geplaatst, verkooppunten naar het oosten, west of zuid. Netelroos die in de zomer aan sterk zonlicht wordt blootgesteld, moet wit worden geverfd. Het is voordeliger, als de kasten in de zomer in de halfschaduw staan, bijv. naast fruitbomen. Het wordt niet aanbevolen om bijenkasten te plaatsen in de buurt van gebouwen aan de zuid- en noordkant, in wetlands, luchtig en volledig in de schaduw, en ook daar, waar zijn de grote mierennesten.
Bijen moeten water kunnen opnemen. Als er geen tanks in de buurt zijn, een speciale drinker moet op de bijentuin worden geplaatst. Een waterfles voor meerdere gezinnen kan ook een pot van 3 liter zijn…5I, beveiligd met dubbel gaas of dun linnen, ondersteboven gekeerd en geplaatst b.v.. op twee smalle houten latten.



